In 2050 zien wij een Nederland voor ons met een bloeiende, circulaire en mondiaal toonaangevende industrie, waar de uitstoot van broeikasgassen nagenoeg nul is. Waar uit biomassa (naast voedsel en veevoer) CO2 en reststromen en -gassen grondstof voor onder andere de chemie of brandstof voor de lucht- of zeevaart wordt gemaakt. Waar fabrieken duurzame elektriciteit, geothermie, groen gas en groene waterstof gebruiken voor hun energiebehoefte. Waar de industrie helpt om de schommelingen in elektriciteitsproductie van zon- en windparken op te vangen. En waar we restwarmte hergebruiken in de industrie, benutten voor woonwijken of de glastuinbouw. Hierdoor en met behulp van vergaande digitalisering zijn waardeketens en productiemethoden fundamenteel veranderd – we maken duurzame producten met duurzame processen.

Het transitieproces impliceert systeemveranderingen op het gebied van energie en grondstoffengebruik. De Nederlandse industrie wil een belangrijk motorblok zijn voor de omvorming naar een duurzame en circulaire economie. Veel kan worden bereikt door in industriële kerngebieden het gebruik van grondstof- en materialenstromen door samenwerking tussen bedrijven te optimaliseren. Systeemveranderingen vergen cross-sectorale samenwerking tussen publieke en private partijen, ruimte voor leren en experimenten, het afbouwen van niet-duurzame structuren en opbouwen van duurzame structuren. Hiervoor wordt ingezet op een programmatische aanpak, waarin ook  maatregelen in de keten een plek krijgen.

Het is belangrijk om ruimte te bieden aan de opbouw van nieuwe  en de ombouw van bestaande industrie, zodat de Nederlandse welvaart wordt gebaseerd op klimaatneutrale productie in een circulaire economie. Acquisitie van de overheid richt zich op bedrijven die een toegevoegde waarde hebben voor de nationale of regionale economie, behoren tot de meest klimaatvriendelijke en circulaire binnen de betreffende branche en bereid zijn zich te conformeren aan de klimaatdoelstellingen 2030 en 2050. Er kunnen evenwel ook bedrijfsactiviteiten zijn die niet passen in de gewenste richting van de transitie. Als de emissies van deze bedrijfsactiviteiten niet significant zijn terug te dringen dan zullen deze waarschijnlijk op termijn verdwijnen.

[...]

Lees verder in het ontwerp van het Klimaatakkoord, hoofdstuk Industrie