In 2050 is de industrie circulair en stoot vrijwel geen broeikasgas meer uit. De fabrieken draaien dan op duurzame elektriciteit uit zon en wind of energie uit aardwarmte, waterstof en biogas. De grondstoffen komen uit biomassa, reststromen en -gassen. De restwarmte gebruikt de industrie zelf of levert die aan de tuinbouw of gebouwen en woningen. De industrie is dan naast gebruiker van energie ook producent en buffer van energie.

In 2030 moet de industrie al flink minder CO2 uitstoten. Dat is een tussenstap op weg naar volledige duurzaamheid. Veel van de nieuwe manieren van produceren staan nog in de kinderschoenen en zijn nog te duur. Bedrijven investeren zelf in deze vernieuwing. Er is ook subsidie om de ontwikkeling op gang te krijgen. Op die manier kan de industrie uitgroeien tot de meest CO2-efficiënte industrie in Europa, en wel op een manier die de internationale concurrentiepositie niet in gevaar brengt.

Hieronder vindt u de afspraken voor Industrie in woord en beeld.

Uitvoering afspraken

De uitvoering van de afspraken voor Industrie valt onder verantwoordelijkheid van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK). Op de website van het ministerie van EZK vindt u meer informatie over specifieke onderwerpen, zoals circulaire economie en internationaal maatschappelijk verantwoord ondernemen.

infographic sector Industrie

De infographic is vrij te gebruiken, zowel digitaal als voor drukwerk. Voor digitaal gebruik is er ook een versie zonder tekst beschikbaar. U kunt hier de infographic downloaden.

Er zijn afspraken gemaakt over:

Slimme industrie

  • Zuiniger produceren: soms kunnen fabrieken nog energie-efficiënter produceren dan ze nu al doen. Het gaat hier om veel verschillende technologieën.
  • Intensievere samenwerking, vooral met de regioclusters.
  • De industrie gaat meer restwarmte onderling uitwisselen. Wat overblijft kan gebruikt worden voor verwarming van kantoren, woningen en kassen. Dat spaart aardgasgebruik in de andere sectoren.
  • Grondstof: Broeikasgassen kunnen ook grondstof worden voor andere sectoren. Dit heet Carbon Capture and Usage (CCU). De tuinbouw gaat meer CO2 afnemen om de planten in de kas te laten groeien. Met CO2 en duurzame stroom is het bijvoorbeeld ook mogelijk om plastics of synthetische brandstoffen te maken, bijvoorbeeld voor de luchtvaart. Zo komen er meer toepassingen om CO2 als grondstof te gebruiken.
  • Veel aandacht moet er worden besteed aan het opleiden van de mensen die in de industrie werken.

Schone industrie

  • Elektrificatie: Aardgas wordt op termijn vervangen door duurzame elektriciteit, aardwarmte of groene waterstof dat gemaakt wordt met duurzaam opgewekte elektriciteit.
  • Opslag: CO2 kan worden opgeslagen in lege gasvelden onder de Noordzee. Op de weg naar volledige duurzaamheid in 2050 kan dit op kortere termijn een vermindering van CO2-uitstoot opleveren. Dit wordt ook wel Carbon Capture and Storage (CCS) genoemd. Afgevangen CO2 kan op termijn ook als grondstof worden ingezet (CCU).
  • Grondstof: Aardgas en aardolie als grondstof worden steeds meer vervangen door grondstoffen uit planten (biobased) of hergebruik van grondstoffen. Dat is nu vaak nog duur, maar in 2050 moet deze ombouw compleet zijn.

Financiële afspraken

  • De industrie betaalt een flink deel van de kosten voor deze ombouw zelf.
  • Er komen subsidies (SDE+) voor toepassing van (bijna-)marktrijpe CO2-arme technieken. Er komt ook extra geld voor onderzoek en ontwikkeling van technieken voor toekomstige toepassing. Ook daaraan betaalt de industrie zelf mee.
  • Toepassing van CCS wordt wel gestimuleerd, maar mag niet ten koste gaan van de echt duurzame technieken. Er zit daarom een plafond op de subsidie voor CCS.
  • Bedrijven zijn verplicht om alle energiebesparingsmaatregelen te nemen die binnen vijf jaar zijn terugverdiend. Dat staat al in de wet milieubeheer. In de zomer van 2020 wordt bezien of deze verplichting wordt verbreed naar CO2-reductiemaatregelen.
  • Voor ruim 250 grotere bedrijven, samen verantwoordelijk voor meer dan 80% van de industriële uitstoot, komt er vanaf 2021 een CO2-heffing. Die komt bovenop het Europese systeem voor emissiehandel, waaraan de meeste van die bedrijven al meedoen.
  • Bedrijven betalen een nationale CO2-heffing voor het deel van hun uitstoot dat uitkomt boven de ijkwaarde voor dat jaar. Die ijkwaarde hangt onder andere af van wat de industrie op weg naar het doel in 2030 in het betreffende jaar nog gezamenlijk mag uitstoten.
  • Er komen maatregelen als door de CO2-heffing industriële productie dreigt naar het buitenland te worden verplaatst (‘weglek’).

Alle afspraken in detail

Lees de precieze afspraken in het hoofdstuk Industrie in het Klimaatakkoord.