Projectparticipatie

Zodra er een concreet duurzaam energieproject in beeld komt, komt het vormgeven van de participatie grotendeels te liggen bij de initiatiefnemer van dat project. Vanaf dat moment spreken we over projectparticipatie en is de initiatiefnemer aan zet voor zowel participatie bij het verdere proces, alsook voor het vormgeven van opties voor financiële participatie. Wel is het zo dat het bevoegd gezag altijd verantwoordelijk blijft voor het stellen van regels en kaders aan de inbreng van omgeving bij besluitvorming over het ruimtelijk plan.

Ieder project voor duurzame energie op land is anders. Er zijn verschillen in omvang, gebiedskenmerken, type project en betrokkenen. Projectparticipatie is, kortom, maatwerk. Het is daarom belangrijk dat de initiatiefnemer zo vroeg mogelijk met de omgeving in gesprek gaat om de participatie vorm te geven.

De participatie bij het proces van het project bestaat o.a. uit het actief informeren van stakeholders en burgers en het ophalen van input over het project, bijvoorbeeld via inspraakavonden of het inrichten van klankbordgroepen. Er zijn verschillende gedragscodes die handvatten bieden voor de invulling hiervan. Daarnaast kan invloed op het ontwerp of andere afspraken rondom de ontwikkeling of ruimtelijke inpassing wenselijk zijn, dat heet ontwerpparticipatie. Ook kan financiële participatie wenselijk zijn voor het bevorderen van draagvlak: dit biedt burgers de mogelijkheid om ook financieel deel te nemen aan het project, of op een andere manier profijt te hebben van een tegemoetkoming. Dit kan bijvoorbeeld via financiële obligaties, eigendomsparticipatie, een omgevingsfonds of een combinatie hiervan.

In het Klimaatakkoord is afgesproken dat er sprake moet zijn van “een evenwichtige eigendomsverdeling in een gebied waarbij gestreefd wordt naar 50 % eigendom van de productie van de lokale omgeving (burgers en bedrijven)." Investeren in een zon –en/of windproject is ondernemerschap. Dat vergt ook mee-investeren en risico lopen. Het streven voor de eigendomsverhouding is een algemeen streven voor 2030. Er is lokaal ruimte om hier vanwege lokale project-gerelateerde redenen van af te wijken.

Geothermie-project bij kassen.

Het vormgeven van projectparticipatie (proces en financieel)

Er zijn meerdere informatiebronnen en hulpdocumenten over projectparticipatie. Hieronder een overzicht:

  • Gedragscode Wind op Land Deze gedragscode biedt projectontwikkelaars handvatten voor het in een zo vroeg mogelijk stadium betrekken van de omgeving bij windprojecten. Voor ieder project wordt in dialoog met belanghebbenden en het bevoegd gezag (bijvoorbeeld de gemeente) een participatieplan opgesteld, waarmee afspraken over participatie door burgers vast komen te liggen. Ook stelt de initiatiefnemer van een windproject een aanspreekpunt voor de omgeving aan. Projectontwikkelaars die lid zijn van NWEA en Energie Samen zijn via deze twee brancheorganisaties automatisch gebonden aan de code.
  • Gedragscode Zon op Land De zonnesector heeft een eigen gedragscode, vergelijkbaar met die van Wind op Land. Deze kan ook in acht worden genomen bij de beoordeling van een initiatiefnemer van een project.
  • Gedragscode acceptatie en participatie Geothermie De geothermiesector heeft een eigen gedragscode, de DAGO Gedragscode Omgevingsbetrokkenheid.
  • Handleiding Participatieplan Wind op Land De Handleiding Participatieplan geeft een uitgebreid overzicht van de stappen bij beleidsvorming en mogelijke instrumenten om participatie toe te passen bij windprojecten. Veel van de informatie geldt ook voor projecten met andere vormen van duurzame energie, het document kan daarom ook handvatten bieden voor andere duurzame energieprojecten.

Specifiek over projectprocesparticipatie

  • Kaders voor het vormgeven van participatie bij duurzame energieprojecten Deze theoretisch onderbouwde publicatie van het ministerie van BZK is bedoeld voor gemeenten en initiatiefnemers van duurzame energieprojecten om hen te helpen bij het vormgeven van hun participatiestrategie. Het geeft bouwstenen voor onderbouwing en uitwerking van beleid. Het document is opgesteld door Public Mediation in het kader van de Green Deal Participatie.
Zonnepanelen in de zon

Een project met zonnepanelen.

Bovenwettelijke participatie

In onder andere de Omgevingswet is vastgelegd aan welke regels participatie wettelijk moet voldoen. Daarnaast zijn er nog vormen van participatie die niet verplicht zijn, maar vaak wel het draagvlak vergroten en het project kunnen verbeteren: met ontwerp- en met financiële participatie krijgt de omgeving de gelegenheid om mee te denken en doen in het project. Bij ontwerpparticipatie (ook wel ontwikkelparticipatie) kan er na overleg met de omgeving gekomen worden tot aanpassingen van het ontwerp, de ruimtelijke inpassing en afspraken rondom bijvoorbeeld geluid en slagschaduw in het geval van een windpark.

Binnen financiële participatie kan er onderscheid worden gemaakt tussen ‘passieve participatie’ en ‘actieve participatie’. Bij passieve financiële participatie wordt een deel van de opbrengsten van een duurzaam energieproject gebruikt om de omgeving tegemoet te komen. Deze financiële participatie kan op diverse manieren worden ingevuld. Denk aan een gebiedsfonds, korting op de energierekening, uitgiften van obligaties of de aanleg van glasvezelkabels. Bij actieve financiële participatie zijn er niet alleen financiële baten, maar is er ook een ondernemend element aan de orde: partijen werken samen in de ontwikkeling, bouw en exploitatie. Een voorbeeld hiervan is de energiecoöperatie. Hierin wordt vanuit de coöperatie ook een investering verwacht, wat betekent dat deze vorm risicodragend is. Dat is de opzet waarin burgers zich verenigen om samen, bottom-up, een energieproject van de grond te krijgen.

  • Participatiewaaier De participatiewaaier bevat een overzicht van verschillende vormen van projectparticipatie (zowel ontwerp- als financiële participatie). De participatiewaaier is bedoeld als menukaart van mogelijke bovenwettelijke participatieopties. Bij deze opties worden ook voorbeelden gegeven van toepassing in de praktijk. Alle opties uit de waaier staan naast elkaar, er is dus geen sprake van prioritering.
  • AFM-regels Aan actieve vormen van financiële participatie is een zeker risico verbonden. Dit speelt bij mede-eigenaarschap en financiële deelneming, aangezien de mogelijkheid bestaat dat deelnemers inleg kunnen verliezen. Hiervoor zijn door AFM regels opgesteld waaraan deelnemende partijen zich moeten houden. De brochure ‘Samen werken aan een duurzaam energieproject; wat moet u weten als u naar de bank stapt voor financiering?’ van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) en de Nederlandse Vereniging van Banken (NVB) geeft aanbevelingen voor het inrichten van een duurzaam energieproject en het indienen van een kansrijke financieringsaanvraag bij een bank. De brochure geeft advies voor kleinere duurzame energieprojecten van energiecoöperaties, professionele ontwikkelaars die omwonenden betrekken of bij samenwerking tussen ontwikkelaars en energiecoöperaties.