In 2030 komt 70 procent van alle elektriciteit uit hernieuwbare bronnen. Dat gebeurt met windturbines op zee, op land en met zonnepanelen op daken en in zonneparken. Tegelijk groeit de vraag naar elektriciteit. Auto’s worden elektrisch, de industrie vervangt olie en gas voor schone stroom. Gebouwen gaan van het gas af en zullen meer stroom nodig hebben voor verwarmen en koken.

Omdat de stroomvoorziening meer afhankelijk wordt van het grillige weer zijn veel maatregelen nodig om de levering betrouwbaar te houden.

infographic sector Elektriciteit

De infographic is vrij te gebruiken, zowel digitaal als voor drukwerk. Voor digitaal gebruik is er ook een versie zonder tekst beschikbaar. U kunt hier de infographic downloaden.

Een overzicht van de belangrijkste afspraken:

  • De kosten om duurzame stroom te maken, gaan omlaag. Na 2025 krijgen nieuwe projecten geen subsidie meer.
  • Voor elektriciteitsopwekking met fossiele brandstof komt een minimumprijs op elke ton uitstoot van CO2.
  • De grootste groei komt van windenergie op zee. Dat groeit naar 49 miljard kilowattuur per jaar in 2030.
  • De bouw van nieuwe grote parken op zee loopt gelijk op met de groeiende vraag die ontstaat als de industrie van gas en olie overschakelt naar groene stroom.
  • Ook hernieuwbare energie op land (wind en zon) groeit fors. Dit gaat naar 35 miljard kilowattuur per jaar.
  • Veel van de nieuwe turbines komen steeds verder uit de kust. Uiterlijk in 2019 komen er afspraken over die nieuwbouw. Daarin zitten ook voorwaarden die de natuur van de Noordzee beschermen en voldoende plaats bieden voor scheepvaart, visserij en recreatie.
  • Investeerders moeten er op kunnen rekenen dat ze de stroom kunnen verkopen.
  • Elke vijf jaar kijken overheid en windsector samen of de systematiek om het te stimuleren nog goed werkt.
  • Op land krijgt de regio een grote rol. Elke regio krijgt de ruimte zelf te bepalen hoe het de doelen haalt om meer duurzame energie op te wekken. Er zijn dertig regio’s benoemd die elk een Regionale Energie Strategie (RES) maken. Eind 2021 moeten die allemaal klaar zijn.
  • De regionale aanpak vraagt om goede samenwerking en communicatie tussen overheden, netbeheerders, organisaties, investeerders en burgers.
  • Bij lokale projecten moeten burgers en kleine plaatselijke bedrijven voor de helft eigenaar worden.
  • De stroomproductie wordt meer afhankelijk van grillig weer. Dat vraagt om een flexibelsysteem dat zorgt dat vraag en aanbod matchen. Dat kan met bijvoorbeeld opslag, back-up centrales, omzetten van stroom in (waterstof)gas of warmte en koppeling met het buitenland.
  • Investeringen in nieuwe leidingen of centrales vragen om langjarige voorbereidingen. De rijksoverheid komt in 2020 met een aanpak hiervoor.

Lees verder in het ontwerp van het Klimaatakkoord, hoofdstuk Elektriciteit.