"Stimuleer industriële vraag én tegelijk aanbod duurzame stroom"

Extra opwekken van duurzame elektriciteit en tegelijk stimuleren van meer vraag naar elektriciteit in de industrie. Dat zijn de twee kernpunten waarop de overheid zich de komende jaren moet richten om de doelstelling van het Klimaatakkoord te kunnen halen.

©Klimaattafel Haven en Industrie Rotterdam - Moerdijk

Dat zegt de Stuurgroep Extra Opgave in een advies aan minister Bas van ’t Wout van Economische Zaken en Klimaat. Het advies van de stuurgroep was een afspraak uit het Klimaatakkoord om in 2021 nog eens de ambities voor de hernieuwbare-energieproductie en de elektriciteitsvraag van industrie en datacenters naast elkaar te leggen. In de stuurgroep zitten de voorzitters Jan Jacob van Dijk van de Uitvoeringstafel Elektriciteit en Caroline Gehrels van de Uitvoeringstafel Industrie, samen met vertegenwoordigers van de industrie, de energieproducenten en de netbeheerders.

Afhankelijk van elkaar

De industrie en de elektriciteitsproductie leveren van alle vijf sectoren (met landbouw, gebouwde omgeving en mobiliteit) de grootste bijdrage aan het terugbrengen van de uitstoot van broeikasgassen in 2030 en 2050. Zij zijn daarvoor ook afhankelijk van elkaar. De Stuurgroep vindt daarom een ‘samenhangende ketenaanpak’ nodig om de beide sectoren hun doelen te laten halen. Daarin moet het extra verbruik van stroom en groene waterstof in de industrie ongeveer gelijk oplopen met de extra productie van 45 terawattuur (45tWh) duurzame stroom. Die extra stroom is ook nodig voor datacenters. Tegelijk is het nodig dat nieuwe leidingennetten op tijd beschikbaar zijn en dat het energiesysteem flexibel genoeg wordt om het weersafhankelijke aanbod van duurzame energie op te kunnen vangen.

Volgens de Stuurgroep gaat dat niet vanzelf. “De belangrijkste oorzaak hiervoor is het bestaan van grote onzekerheden en afhankelijkheden in de gehele waardeketen voor elektrificatie in de industrie.” De Stuurgroep adviseert de minister daarom om “ambitieus in te zetten op elektrificatie en inzet van groene waterstof” door het stimuleren van de keten, in plaats van alleen het aanbod van duurzame elektriciteit. Daarmee zijn industrie en elektriciteitsproductie ook beter voorbereid op de verdere emissiereductie richting 2050, of een tussentijdse extra doelstelling in 2030.

Vijf oplossingsrichtingen

De stuurgroep ziet graag vijf oplossingsrichtingen die in onderling verband verder moeten worden uitgewerkt:

  1. Start met actieve vraagsturing van om (directe en indirecte) elektrificatie van de industrie op gang te brengen, gericht op 42 TWh in 2030, en met stimulering van de verduurzaming van de elektriciteitsvraag van datacenters
  2. Faciliteer de realisatie van 45 TWh extra hernieuwbare-elektriciteitsproductie in 2030.
  3. Neem de noodzakelijke maatregelen die efficiënte en tijdige realisatie van de benodigde infrastructuur mogelijk maakt.
  4. Faciliteer de ontwikkeling van flexibiliteit in het gehele energiesysteem.
  5. Orkestreer de complementaire ontwikkeling van de waardeketen voor elektrificatie in de industrie.