Extra online hulp voor voortzetten klimaatafspraken

De ‘smart lock-down’ van ons land laat zich ook voelen bij het voorbereiden van besluiten over Klimaatakkoord-afspraken. Om toch zoveel mogelijk vaart te houden is het nu online alle-hens-aan-dek. Bijvoorbeeld om energieregio’s te helpen bij het maken van een strategie of gemeenten bij aardgasvrij maken van wijken.

Zo hebben coördinatoren van de 30 RES’en (Regionale energiestrategie) in Nederland vorige week al per brief extra informatie gekregen. Vooralsnog blijft de deadline van 1 juni voor het inleveren van de concept-RES gehandhaafd. Een belangrijke reden om die datum te handhaven is dat deze planning is verbonden aan de planning van andere trajecten. Op 1 juni start ook de doorrekening van het landelijke doel op basis van alle RES’en, door het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL). Dat moet dan bijdragen aan het verder uitwerken van de concept-RES naar een RES 1.0. Daarvoor blijft de datum van 1 maart 2021 staan.

Voorlopige versie

Wel realiseert het Nationaal Programma RES (NPRES) zich dat niet alle regio’s een volwaardig en breed gedragen concept-RES kunnen indienen. Hen wordt wel gevraagd voor 1 juni tenminste een ‘voorlopige’ versie van de concept-RES op te sturen, waarbij de regio’s aangeven welke besluitvorming nog volgt. NPRES blijft in gesprek met regio-coördinatoren, gemeentes (VNG), provincies (IPO), Unie van Waterschappen, ministeries (EZK, BZK), PBL en de uitvoeringsoverleggen van het Klimaatakkoord om de invloed op de planning in kaart te brengen.

NPRES biedt intussen extra (online) hulp bij online-oplossingen voor vergaderingen, informatieavonden of werkateliers voor bijvoorbeeld volksvertegenwoordigers. NPRES heeft ook een speciale pagina ingericht voor alle recente ontwikkelingen ten aanzien van RES en corona.

PBL en doorrekening RES’en

Als per 1 juni de concept-RES’en (of de voorlopige versies daarvan) zijn ingeleverd, kan PBL aan de slag met de doorrekening. Deze week maakte het planbureau bekend welk systeem het daarvoor in hoofdlijnen zal hanteren.

De landelijke opgave is dat alle regio’s samen in 2030 35 terawattuur (miljard kilowattuur) aan duurzame stroom leveren, en daarnaast ook komen met regionale warmte structuren (RSW’s) waarmee gemeenten hun wijken aardgasvrij kunnen maken. Daarvoor zijn dus ook opslagcapaciteit en infrastructuur (leidingen, netten, kabels, etcetera) nodig.

Naast de kwantitatieve doorrekening van de RES’en monitort PBL ook of er nationaal sprake blijft van een efficiënt energiesysteem, hoe de energie-opgave worden ingepast in de (openbare) ruimte en welk maatschappelijk draagvlak bestaat voor de strategieën. Dat legt naar verwachting de kansen en de knelpunten van de RES’en bloot. Op 1 augustus levert het PBL een monitoringrapport over de concept-RES’en aan het NP RES. Daarna kunnen de consequenties van de monitor door en voor de verschillende partijen nader worden uitgewerkt.

De analyse van het PBL vormt dus de basis voor adviezen van het NP RES aan de regio’s, voor intervisie op regioniveau en voor besluitvorming. Daarmee kunnen de regio’s aan de slag om op 1 maart 2021 hun RES 1.0 klaar te hebben.

Aardgasvrij

Bij het maken van de plannen voor het aardgasvrij maken van woonwijken hebben gemeenten iets meer ‘lucht’. Zij moeten hun Transitievisie Warmte uiterlijk eind volgend jaar hebben voltooid. Daarin staat welke wijken een gemeente vóór 2030 aardgasvrij wil maken (en hoe), plus een doorkijk naar de rest tot 2050. Het Expertisecentrum Warmte biedt zijn expertise nu online aan. Dit voorjaar komt ook een nieuwe Leidraad Aardgasvrije Wijken, waarin gemeentes gebruik kunnen maken van gegevens die in de Startanalyse van PBL staan.

De deadline voor het indienen van een aanvraag voor een proeftuin Aardgasvrije Wijken is verruimd naar 1 mei 2020. Gemeenten kunnen via het webformulier een aanvraag indienen, waarvoor de beoordeling en selectie ook met één maand opschuiven. Voor verdere berichtgeving zie de website van het Programma Aardgasvrije Wijken; er is tevens een helpdesk