Nieuwe ontwikkelingen maken extra klimaatmaatregelen nodig

Er zijn extra maatregelen nodig bovenop de bestaande afspraken in het Klimaatakkoord om het doel te halen: 49% minder broeikasgassen in 2030 dan in 1990. Dat is de conclusie uit berekeningen door het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) van de ontwikkelingen in de Nederlandse energiehuishouding tot 2030 en de uitstoot die daarmee samenhangt.

PBL concludeert dat de pakketten van afspraken in verschillende sectoren stevig zijn, maar dat het uitvoeren van afspraken soms ‘weerbarstig’ is. Tegelijk moest PBL de prognose voor de uitstoot bijstellen vanwege nieuwe ontwikkelingen in de economie, zoals bijvoorbeeld brandstofprijzen, export van elektriciteit en mobiliteit. Daardoor zullen er extra inspanningen nodig zijn om doelen te halen.

2020

Het PBL publiceerde vandaag de Klimaat- en Energieverkenning (KEV), die geldt als het basisscenario voor alle analyses van energie- en klimaatontwikkelingen in Nederland tot 2030. In die KEV is alle vastgestelde en voorgenomen beleid tot 1 mei 2019 meegenomen. Omdat het Klimaatakkoord pas eind juni verscheen, heeft PBL in een aanvullende 'Policy Brief' gekeken wat de afspraken uit het akkoord opleveren als die allemaal worden nagekomen.

De doelen voor 2020 in energiebesparing en duurzame energieopwekking uit het Energieakkoord—dat nu opgaat in het Klimaatakkoord—worden nog niet gehaald. Waarschijnlijk wordt het doel voor duurzame energie in 2023 wel gehaald. De eis uit het Urgenda-arrest, 25% minder uitstoot van broeikasgassen in 2020, vraagt ook om extra maatregelen, al lijkt het nog te overbruggen gat van 2 miljoen ton CO2 veel minder groot dan de eerdere schatting van 9 Mt.

2030

Het doel voor 2030 is om uit te komen op 49% minder dan in 1990. De KEV berekent dat alle voorgenomen beleid tot 1 mei 2019 leidt tot 35% minder uitstoot. In de aanvullende policy brief document berekent PBL dat de jongere afspraken uit het Klimaatakkoord daar nog eens 8 tot 13% aan toevoegen, waardoor de 49% nog niet wordt gehaald.
 

Onzekerheden

De totale (nationale) kosten voor het Klimaatakkoord worden iets hoger geschat dan eerder, en blijven enkele tienden van procenten van het bruto binnenlands product. Het Centraal Planbureau maakte parallel aan de berekeningen van PBL ook een inschatting van de effecten van de maatregelen op overheidsbudgetten., lasten en inkomens.

Alle berekeningen hebben onzekerheidsmarges, waardoor uiteindelijke resultaten beter of slechter kunnen uitpakken dan de gemiddeld verwachte waarden. Ook wijst PBL erop dat veel zal afhangen van de juiste uitvoering van de afspraken.