Meer zicht op het energiesysteem van 2050

De energietransitie zal grote effecten hebben op het Nederlandse energiesysteem en de netten. Maar welke veranderingen zijn nodig om het systeem op peil te houden? Nieuwe studies geven inzicht in de mogelijke ontwikkelingen.

Elekticiteit
Windmolens en zonnepanelen

Meer zonne- en windenergie, een grotere stroom- en warmtevraag, gebruik van groen gas en waterstof: het zijn voorbeelden van ontwikkelingen die in ons energiesysteem moeten worden ingepast. Dat gebeurt soms nu al. In het Klimaatakkoord staat de afspraak dat alle netbeheerders (Gasunie, Tennet en Netbeheer Nederland) een ‘Integrale Infrastructuurverkenning 2030-2050’ opstellen: wat is nodig om het Nederlandse energiesysteem op langere termijn betaalbaar en betrouwbaar te houden. Die kennis is belangrijk omdat het aanleggen van infrastructuur, zoals elektriciteits- of warmtenetten, veel tijd kost en ver van tevoren grote investeringen vraagt. Of zoals minister Wiebes van Economische Zaken en Klimaat schrijft: “Elke kabel of buis die we nu neerleggen, ligt er in 2050 nog.”

Vier scenario’s

In 2021 komen de netbeheerders met hun verkenning. De eerste fase daarvan staat nu in een brief van Eric Wiebes aan de Tweede Kamer: vier scenario’s voor de ontwikkelingen naar een klimaatneutrale energievoorziening in 2050. De scenario’s geven ‘de hoeken van het speelveld’ weer, dus de mogelijke richtingen waarin het energiesysteem zich richting klimaatneutraal kan ontwikkelen, aldus de adviseurs van Berenschot en Kalavasta. De variatie in de scenario's zit bijvoorbeeld in de manier waarop ze worden gestuurd (regionaal, nationaal, Europees of internationaal) en waarop vraag en aanbod zich ontwikkelen. De scenariostudies zijn ook bedoeld voor andere partijen die plannen maken voorbij het jaar 2030.

De minister heeft in aanvulling nog aparte studies laten doen naar de mogelijkheden van kernenergie in de energietransitie en naar de gevolgen van de verschillende scenario’s voor het gebruik van ruimte in Nederland.

Nog geen beleidsrichting

Wiebes benadrukt dat de scenario’s geen waarschijnlijke of wenselijke richting aangeven en dat er nog geen consequenties zijn voor het beleid. De scenario’s zullen wel gebruikt worden om de komende jaren ‘tijdig keuzes te maken over noodzakelijke en wenselijke oplossingen’. De studies zijn niet alleen van belang voor de netbeheerders, maar ook voor bijvoorbeeld de Regionale Energiestrategieën (RES), en voor investeringsbeslissingen van de industrie. Die vindt een goede infrastructuur belangrijk om verder te kunnen verduurzamen.

In de eindrapportage zullen de netbeheerders gaan schatten hoeveel ‘flexibel vermogen’ nodig is om de grotere rol van weersafhankelijke stroombronnen als zon en wind te kunnen opvangen. Ook werken ze daarin de ontwikkelpaden tussen 2030 en 2050 uit, inclusief de kosten, het ruimtebeslag en de ‘maakbaarheid’ daarvan. De overheid moet daarin het publieke belang verdedigen, en die beleidsbeslissingen hebben de netbeheerders weer nodig om hun investeringen op langere termijn te plannen.