Waarom berekenen we de kosten van broeikasgas CO2 niet door in de producten die we kopen?

Het principe van ‘De vervuiler betaalt’ zou zijn geholpen als in de prijs van elk product ook de schadelijke gevolgen worden meegerekend van de hoeveelheid CO2 die bij het maken van dat product vrijkomt.

Doorberekenen van de prijs van CO2 zou in het voordeel zijn van CO2–arme producten. Dat gebeurt al wel, maar nog beperkt.

Een voorbeeld van een CO2-prijs is het Europese systeem voor handel in emissierechten. Dat systeem kost de bedrijven met CO2-uitstoot geld, want zij moeten elk jaar zorgen dat zij genoeg emissierechten bezitten (en inleveren) om hun jaarlijkse uitstoot te dekken. Ongeveer de helft van alle uitstoot van broeikasgassen in de EU valt onder dit systeem.

Dit systeem werd in 2005 ingericht maar werkt nog niet zoals het zou moeten. Weliswaar berekenen bedrijven de prijs van de CO2-emissierechten door in hun producten, maar die prijs is nog erg laag. Dat komt onder andere doordat er in het verleden te veel (gratis) emissierechten zijn verstrekt. Ook dekt het systeem niet de uitstoot in wegtransport, vliegverkeer, scheepvaart of huishoudens.

De EU sleutelt voortdurend aan het systeem, wat in 2017 en 2018 al heeft geleid tot meer dan een verdubbeling van de CO2-prijs. Ook zijn er vele discussies over belastingen die worden berekend op basis van de CO2-uitstoot, bijvoorbeeld voor het vliegverkeer of voor energie-intensieve producten. De Nederlandse belasting over aardgas, aardolie en elektriciteit komt daarbij in de buurt, maar wordt niet gezien als specifieke CO2-belasting.

Hoort bij