Leren van een jaar Klimaatakkoord gebouwde omgeving

Op veel plaatsen wordt al een start gemaakt met het verduurzamen van de bestaande woningen en gebouwen in Nederland. Om beter te sturen naar het doel - verlagen van de CO2-uitstoot - is het nodig om meer in te zetten op isolatie en hybride warmtepompen. Dat concludeert Maarten van Poelgeest na een jaar voorzitterschap van het Uitvoeringsoverleg dat de afspraken in het Klimaatakkoord over woningen en gebouwen uitvoert.

Huurwoningen uit de zestig- en zeventiger jaren geschikt maken voor de toekomst
Beeld: ©Infrastructuur en Waterstaat / Riesjard Schropp
Maarten van Poelgeest: "“We moeten dus niet iedereen tegelijk willen bedienen."

Van Poelgeest: “Het beeld bestaat dat heel Nederland wijk voor wijk van het aardgas af gaat, maar de aanpak in de Gebouwde Omgeving is meer dan Wijkaanpak alleen. Op grote schaal hybride warmtepompen introduceren en voortvarend aan de slag met isolatie zijn minstens even belangrijk. Met als voordeel dat deze stappen door bewoners genomen worden als het hen uitkomt, bijvoorbeeld bij verbouwing of vervanging van de cv-ketel.”

Drie sporen

Het doel, 3,4 miljoen ton minder CO2-uitstoot in 2030 in de Gebouwde Omgeving, is daarbij nog steeds haalbaar. ”De grote uitdaging is om op de drie sporen – wijkaanpak, hybride warmtepompen en isolatie – voldoende schaalgrootte te krijgen tot 2030. Zonder grotere volumes lukt het nooit om verder te innoveren en om de kosten omlaag te krijgen.”

Om schaal te maken beveelt Van Poelgeest aan om de nadruk te leggen op die wijken, woningtypen en doelgroepen waar maatregelen nu al goed betaalbaar zijn. “We moeten dus niet iedereen tegelijk willen bedienen. Daarvoor zijn woningen en de mogelijkheden voor een alternatieve warmtevoorziening per plek te verschillend.”

Op gang

In een terugblik op een jaar uitvoering van de afspraken constateert Van Poelgeest dat veel dingen al goed gaan. Gemeenten zijn druk met hun ‘Transitievisie Warmte’ en krijgen daarbij ondersteuning. De ‘Startmotor’ voor versnelde energierenovatie van sociale huurwoningen is op gang en er komen steeds meer partijen op de markt die complete verduurzamingsconcepten aanbieden, en daarmee eigenaren ‘ontzorgen’. Ook zijn er subsidieregelingen beschikbaar gesteld.

Van Poelgeest signaleert dat het streven naar woonlastenneutraliteit een grote blokkade dreigt te worden. ”Het is geen eerlijke wedstrijd. Fossiel is nu veel te goedkoop. Energie wordt op termijn duurder. In plaats van dat te ontkennen, moeten we het gesprek voeren hoe deze kosten eerlijk verdeeld worden. De Deltawerken hebben we ook met z’n allen betaald.”

Van Poelgeest denkt dat aanvullende maatregelen nodig zijn om de komende tien jaar de transitie betaalbaar te houden. ‘Er is niet één gouden sleutel om het betaalbaar te houden. Het zal altijd een optelsom van verschillende maatregelen zijn: een deel van de kosten uit de schatkist betalen, fossiel duurder maken door gas meer te belasten en elektra minder, meer gerichte subsidies voor de korte termijn en budgetten voor gemeenten om gericht in hun gemeente het laatste zetje te kunnen geven.”

Uitvoeringsprogramma

Uitvoering van de afspraken vindt vaak plaats op lokale schaal. Gemeenten hebben hierin een centrale rol om samen met netbeheerders, aannemers, installateurs, woningcorporaties en bewoners aan de slag te gaan. Van Poelgeest signaleert dat voor de uitvoering meer capaciteit en meer ondersteuning nodig is. Ook meer regie en afstemming is gewenst. “Veel partijen doen veel, maar wel ieder zijn eigen ding. Een gemeenschappelijk uitvoeringsprogramma is nodig. Niet om het werk op lokale schaal over te nemen. Dat kan niet en is niet effectief. Maar wel een programma dat aanjaagt, voorwaarden op orde brengt, ondersteuning biedt en het gesprek tussen professionals organiseert. Zoals bijvoorbeeld het Deltaprogramma dat ook doet, of zoals het Nationale Programma Regionale Energie Strategie de energieregio’s ondersteunt.”