Advies: beleidsplan nattere veenweides en minder CO2

In landelijke veenweidegebieden daalt de bodem al jaren. Het veen verdroogt, waardoor het broeikasgas CO2 vrijkomt. In het Klimaatakkoord is afgesproken dat veenweides in 2030 voor 1 miljoen ton minder CO2-uitstoot zullen zorgen. De Raad voor de leefomgeving en infrastructuur (Rli) geeft nu een beleidsadvies aan de regering.

©Rob Poelenjee
Blik op Waterland (Noord-Holland), een laaggelegen veenweidegebied.

De bodem daalt vooral doordat de grond wordt ontwaterd om bewerking van het land met voertuigen beter mogelijk te maken. Die ontwatering tast de kwaliteit van natuur en water aan, leidt tot grotere veiligheidsrisico’s, extra CO2-uitstoot, en extra kosten voor het waterbeheer. De Rli vindt dat ‘op de lange termijn economisch, ecologisch en maatschappelijk onverantwoord. Met het oog op de klimaatverplichtingen is terugdringing van de bodemdaling zelfs onvermijdelijk.’

Ingrijpend voor boeren

Volgens de Rli moet het grondwaterpeil in dergelijke gebieden stijgen. Vooral voor boeren kan dergelijke ‘vernatting’ grote gevolgen hebben. Zij kunnen zich daaraan aanpassen, bijvoorbeeld met minder vee per hectare en andere teelt. Dat is ingrijpend. De Rli vindt dat boeren steun van de overheid (financieel en anderszins) moeten krijgen om deze transitie te maken.

De raad adviseert het rijk om een nationaal beleidsplan op te stellen met wettelijk vastgelegde doelen, onder één bewindspersoon: in 2050 70% minder bodemdaling, via 50% minder bodemdaling in 2030. Daarmee zou ook de afspraak uit het Klimaatakkoord worden nagekomen van 1 miljoen ton CO2-emissiereductie in veenweidegebieden in 2030. De raad beveelt onder andere gebiedsgerichte samenwerking aan, regionale uitvoeringstafels, betalen aan boeren voor extra CO2-emissiereductie, en nauwkeurig meten van de veranderingen in de bodemdaling.