Achtergrond van het nationale Klimaatakkoord

In december 2015 organiseerde de Verenigde Naties (VN) een klimaattop in Parijs. Daaruit volgde het ‘Akkoord van Parijs’ dat door 195 landen werd ondertekend. Ook Nederland ondertekende dat akkoord en stemde daarmee in de opwarming van de aarde beperken tot ruim onder 2 graden Celsius, met een duidelijk zicht op 1,5 graden Celsius.

Nationaal klimaatakkoord met draagvlak

Elk land moet eigen, nationale maatregelen nemen om het wereldwijd afgesproken doel te halen. In Nederland doen we dat door met elkaar - overheden, bedrijfsleven en maatschappelijke partijen – een klimaatakkoord te sluiten. In het Klimaatakkoord maken bedrijven, maatschappelijke organisaties en overheden concrete afspraken over de maatregelen waarmee we de CO2-uitstoot in Nederland kunnen halveren. Zo ontstaat ook draagvlak: we hebben elkaar nodig om het doel te halen en daarom moeten zoveel mogelijk mensen achter het akkoord staan.

Kosten van het Klimaatakkoord

De maatregelen die nodig zijn om CO2-uitstoot sterk terug te dringen, kosten geld. Om de kosten voor burgers en bedrijven zoveel mogelijk te beperken, moeten we erop letten dat de gemaakte afspraken niet te duur zijn. Daarnaast biedt het Klimaatakkoord ook kansen voor een sterkere Nederlandse economie, bijvoorbeeld doordat er nieuwe banen bijkomen en we onze kennis, ervaring, innovatieve technieken en nieuwe producten ook aan het buitenland kunnen verkopen.

Afspraken

In het Klimaatakkoord moeten concrete afspraken staan over het verminderen van CO2-uitstoot. Het moet duidelijk zijn welke partij verantwoordelijk is voor het realiseren van resultaat. Daarom is het doel opgeknipt in kleinere doelstellingen per sector. De afspraken worden gemaakt binnen vijf sectoren:

Elke sector moet ervoor zorgen dat een deel van de totaal 48,7 megaton CO2 minder in de lucht komt.

Sectortafels en Klimaatberaad

Elke sector heeft zijn eigen gesprekstafel, ook wel sectortafel genoemd. Aan de sectortafels zitten partijen die een concrete bijdrage kunnen leveren aan de transitie, kennis over hun sector hebben en over mandaat beschikken om afspraken te maken. De sectortafels maken ook met elkaar afspraken over thema's die belangrijk zijn voor alle sectoren, zoals innovatie, financiering en de arbeidsmarkt. Het Klimaatberaad houdt de voortgang en samenhang van de besprekingen aan de sectortafels in de gaten.