Hoe worden de kosten die de industrie moet maken om minder CO2 uit te stoten, betaald?

Het Klimaatakkoord brengt voor de industrie extra kosten met zich mee, die oplopen tot jaarlijks 1,1 miljard euro in 2030. De industrie moet de helft van deze meerkosten – dus jaarlijks 550 miljoen euro – zelf betalen (zie het Ontwerp Klimaatakkoord, pagina 98, punt i). Voor de andere helft van de kosten kan de industrie aanspraak maken op subsidie, in de vorm van de Subsidieregeling Duurzame Energie (SDE).

In 2030 is jaarlijks 3,4 miljard euro SDE-subsidie beschikbaar voor de transitie. Voor de uitvoering van het Klimaatakkoord kan de industrie dus aanspraak maken op 1/6e van de totale subsidiepot. Daarbij geldt dat alleen bedrijven die op koers liggen met CO2-vermindering aanspraak kunnen maken op subsidies. Bedrijven die niet op koers liggen, krijgen een boete.

De subsidiegelden voor de transitie worden opgehaald bij zowel burgers als bedrijven, via de Opslag Duurzame Energie (ODE). De Industrie betaalt daardoor al een deel van de subsidie zelf. Het kabinet hecht aan een eerlijke verdeling van de rekening tussen burger en bedrijven. Daarom wordt bekeken of de lastenverdeling van de ODE tussen huishoudens, MKB en industrie moet worden aangepast (zie de Kamerbrief van Minister Wiebes over de aanbieding van het Ontwerp Klimaatakkoord, pagina 4).